
De populatie in het Bunderbos beslaat in deze periode acht kilometerhokken. Aan de oostrand van het bos zijn uit twee ‘nieuwe’ kilometerhokken waarnemingen bekend geworden. De Geuldalpopulatie omvat zes bezette kilometerhokken. Uit twee kilometerhokken die in de vorige periode nog bezet waren, zijn nu geen waarnemingen meer bekend.
In 1998 wordt een ingedroogde vuursalamander gevonden en verzameld (pers. med. W. Hendrix) tussen het grind van de Grensmaas ter hoogte van Meers. Dit exemplaar zou over grote afstand meegevoerd kunnen zijn door de Maas en is dan ook niet op kaart opgenomen. Zoals reeds eerder gesteld bij de waarneming uit 1924 (op vrijwel dezelfde locatie) kan niet worden uitgesloten dat het een zwervend exemplaar uit het Bunderbos betreft.
Als onbetrouwbare vindplaatsen en/of niet aangeslagen uitzettingen kunnen worden genoemd: Crapoel (1991), Caumerbeekdal Heerlen (1990/1991), Maastricht (midden jaren negentig), Rothem (1997), Valkenburg (eind jaren negentig), Sittard (1991, 2000), Cadier en Keer (2001), Elsloo (centrum van het dorp, 2002).
Op de Putberg zijn omstreeks 1993 vuursalamanders uit de Ardennen uitgezet. De dieren worden sinds 1994 jaarlijks waargenomen (Janssen & Huijgens 2001). Er lijkt een levensvatbare populatie aanwezig te zijn. Gezien de weliswaar beperkte, maar geschikte habitat, is het niet uitgesloten dat deze populatie zich lang zal weten te handhaven.
Zie ook de eerdere periode: 1971 t/m 1995