De vroedmeesterpad is een soort van voornamelijk ruderaal terrein (groeves), halfnatuurlijke graslanden en stad en dorp. In deze landschapstypen wordt de soort aangetroffen in poelen, kleine geïsoleerde wateren en in bronmilieus.
Aquatisch habitat
Vroedmeesterpadden planten zich voort in een breed scala aan beschikbare watertypes. Dat de soort verschillende typen voortplantingswateren betrekt is langer bekend (Daan 1963, Duijghuisen et al. 1976, Lenders 1992). In de literatuur wordt voortplanting gemeld uit poelen en vijvers, maar ook uit koele, diepe bosvijvers en tijdelijke regenwaterplasjes.
Landhabitat
Op het land wordt overwinterd in vorstvrije ruimten (Defosses 1984). Dit kunnen holen en spleten in hellingbossen en graften zijn, bij voorkeur met een rotsachtige ondergrond (Crombaghs 1987, Lenders 2000). In Zuid-Limburg wordt ook gebruik gemaakt van onderaardse kalksteengroeven. De vroedmeesterpad komt in een kleinschalig en zonnig landschap voor. Veel schuilplaatsen in de vorm van holletjes, spleten en stenen, de aanwezigheid van bodemreliëf en de afwezigheid van strooisel zijn van groot belang en karakteristiek voor de habitat (Duijghuisen et al. 1976).