Zoek
donderdag 9 februari 2012  Soorten » Levende atlas » Vroedmeesterpad » 1971-1995 Registreren  Inloggen

 Verspreiding vroedmeesterpad 1971-1995

201_1 periode2 vroedmeesterpad.pngIn deze periode zijn een aantal belangrijke onderzoeken naar de verspreiding van de vroedmeesterpad gedaan (Duijghuisen et al. 1976, Smit 1981). Duijghuisen et al. (1976) treffen de soort globaal in dezelfde gebieden aan als Daan (1963). Lokaal zijn er duidelijke verschillen in dichtheden of verplaatsen de populaties zich naar andere gebieden. Ten opzichte van het onderzoek van Daan vinden zij de soort slechts op 22 locaties.

Ten opzichte van de voorgaande periode zijn de vroedmeesterpaddenpopulaties bij Bingelrade-Jabeek, Merkelbeek en Broeksittard al lang verdwenen. Ook verdwijnen definitief de populaties tussen Wijlre en Ubachsberg (o.a. Vrakelberg). Begin jaren zestig werden hier nog de meeste waarnemingen gedaan (Daan 1963). Daartegenover staat een aantal nieuwe vindplaatsen, zoals de voor het eerst beschreven populatie in de Meertensgroeve (Duijghuisen et al. 1976). Samen met de Kunderberg zijn dat op dat moment de grootste populaties. Kort nadat de Meertensgroeve uit productie wordt genomen, vindt hier een ware populatie-explosie plaats met aantalschattingen die variëren tussen de 700 en 2000 (sub)adulte dieren (Bergers & Foppen 1985, Bergers et al. 1985, Crombaghs 1986).

In 1983 wordt volgens van Loo (1984) voor het eerst sinds 27 jaar de vroedmeesterpad weer waargenomen in het Gerendal. Aangezien er geen enkele voor de hand liggende bronpopulatie in de buurt ligt, kan er geen herkomstgebied aangewezen worden en dient uitzetting niet uitgesloten te worden. In de periode 1983 tot op heden heeft de vroedmeesterpad zich niet verder verspreid dan het betreffende kilometerhok uit 1983.

Naast Rheebruggen (Drenthe) duiken er in deze tijdsperiode ook voor het eerst uitgezette populaties op in de stadscentra van Utrecht en Maastricht (Lenders 1992). Tuinvijvers worden hier gebruikt als eiafzetplaatsen. De Utrechtse dieren stammen uit Frankrijk en zijn er midden jaren 80 uitgezet door een Utrechtse professor in de chemie. Het nageslacht deelde hij uit aan studenten en andere belangstellenden, waardoor de soort zich over de stad kon verspreiden (Janssen 2006)

Zie ook de volgende periode: 1996-2007

  

© PlumIT