Het aantal waarnemingen van de meerkikker is in deze periode sterk toegenomen. De sterke uitbreiding van het aantal waarnemingen duidt niet zozeer op een reële uitbreiding van de soort, maar op een sterk verhoogde inventarisatieactiviteit en meer aandacht van vrijwilligers voor de juiste determinatie van groene kikkers. In alle provincies is de soort vastgesteld. In Zuid-Holland en het westen van Utrecht komt de soort vrijwel aaneengesloten voor. Noord-Holland kent ook een groot aantal aaneengesloten vindplaatsen. In Noord-Nederland is de soort meer vastgesteld in het noorden en midden van Friesland, het zuidwesten en oosten van Groningen en hier en daar in Drenthe. Flevoland blijkt dichtbezet. Zowel in de Noordoostpolder (van Rijsewijk & Bosman 2004), als in de rest van de provincie blijken de meeste uurhokken bezet te zijn (van Rijsewijk et al. 2005).
In Zuid- en Oost-Nederland zijn er verspreide vindplaatsen aanwezig, die vaak duidelijk riviergebonden zijn (Creemers et al. 1995). Zo zijn er meerdere waarnemingen langs de Overijsselse Vecht, de Rijntakken en dan met name de IJssel, de Oude IJssel in de Achterhoek, de Maas en de Roer. Verspreid over de hoge zandgronden zijn er incidentele vindplaatsen die veelal gelegen zijn in Twentse, Achterhoekse en Noord-Brabantse beekdalen. Op de hoge zandgronden buiten rivierdalen is de soort een zeldzaamheid (Blommers-Schlösser 1992, Geraeds 2004, Ottburg 2005).
Zie ook de eerdere periode: 1971 t/m 1995