Door meer aandacht voor groene kikkers en betere determinatie groeit in deze periode het aantal waarnemingen van meerkikkers en wordt de verspreiding beter in kaart gebracht. Uit deze periode zijn meer waarnemingen doorgegeven uit Zuid-Holland, Utrecht, Groningen en Friesland. Uit veel andere provincies komen in deze periode de eerste waarnemingen binnen. West-Nederland (Noord- en Zuid-Holland en Utrecht) is al duidelijk als kerngebied zichtbaar. In Noord-Nederland is het beeld minder samenhangend.
Zie ook de volgende periode: 1996-2007