Tussen 1971 en 1990 wordt het verspreidingsbeeld van de heikikker in belangrijke mate gecompleteerd. Op uurhokbasis lijkt de soort algemeen voor te komen, maar schijn bedriegt. Populaties in beekdalen en in laagveen staan dan al onder grote druk en in de jaren zeventig en tachtig zorgt verdroging en verzuring van voortplantingswateren voor een gestage achteruitgang. Datgene wat aangetroffen wordt is waarschijnlijk nog maar een fractie van wat er eerder in deze gebieden voorkwam. Veel populaties verdwijnen dan ook al snel na 1970.
Uit de provincie Groningen is de soort bekend uit het Westerkwartier, zuidoost-Groningen en rond het Schildmeer. In Friesland ligt het zwaartepunt voornamelijk in de grensgebieden met Drenthe, Groningen en Overijssel. Ook ten noorden van Heerenveen is de soort aangetroffen rond de Deelen en rond Eernewoude. Uit het westen van Friesland komen in deze periode geen waarnemingen, maar dit is een inventarisatie-effect. De heikikker blijkt in het Drents district bepaald niet zeldzaam. De soort is hier bekend uit vrijwel alle natuurterreinen met heide en hoogveen. Ook in het oostelijke en noordelijke deel Overijssel en in de Achterhoek komt de soort veel voor, evenals op de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug. De Gelderse Vallei, de westelijke Betuwe en de Eempolders (de Jong 1988) zijn in deze periode nog goed bezet.
In de laagveengebieden op de grens van Zuid-Holland en Utrecht wordt de soort in deze periode in lage dichtheden aangetroffen. De laagveenpolders in het zuidoostelijke deel van Zuid-Holland (Alblasserwaard, maar met name ook in de Vijfheerenlanden (Priester & van der Velde 1973) en enkele aansluitende uurhokken op de grens met Gelderland (westelijke Betuwe) lijken de meeste aaneengesloten kilometer- en uurhokken van Nederland te bevatten. In de Bommelerwaard wordt in deze periode voor het eerst de heikikker aangetoond.
In Zuid-Holland lijkt de soort voorgoed verdwenen op Voorne. Dit lijkt ook het geval op Goeree, maar hier wordt in de latere periode nog een relictpopulatie ontdekt. Uit Zeeland komen alle waarnemingen van de vroongronden op Schouwen. In Noord-Brabant en Limburg bezet de soort vennen en hoogvenen, soms is de soort echter ook nog te vinden in restanten van beekdalgraslanden (van Erve 2005, Foppen 1992, Sanders 1986). De heikikker blijkt algemeen voor te komen in de Peelregio. Ten zuiden van de Meinweg is de soort bepaald niet algemeen. Vindplaatsen zijn hier het Haeselaarsbroek, de Brunssumerheide en een volledig geïsoleerde vondst van 2 exemplaren uit 1974 op een hellingheide bij Berg en Terblijt. Deze hellingheide is later bos geworden en de heikikkers zijn hier nooit meer waargenomen.
Zie ook de volgende periode: 1996-2007