De meeste kerngebieden van voor 1991 zijn ook nu nog duidelijk herkenbaar. Er heeft echter wel een verdere achteruitgang in de verspreiding plaatsgevonden en verschillende deelpopulaties zijn verdwenen of geïsoleerd geraakt. De Veluwe vormt nog steeds het belangrijkste kerngebied. Het Drents-Friese grensgebied vormt de andere grote verspreidingskern.
Opvallend veel populaties overschrijden provincie- of landsgrenzen. Dit is vermoedelijk niet geheel toevallig. De grenzen tussen landen en provincies werden vaak bepaald door de aanwezigheid van uitgestrekte hoogveengebieden en andere woeste gronden. In de restanten van deze gebieden hebben zich tot op heden gladde slangen kunnen handhaven.
Mede vanwege zijn geringe migratiecapaciteiten en lage populatiedichtheden is de gladde slang waarschijnlijk zeer gevoelig voor versnippering van het leefgebied. Hij wordt dan ook voornamelijk aangetroffen in de grotere complexen van natuurgebieden.
Zie ook de eerdere periode: 1971 t/m 1995