Met name buiten de beide grootste kerngebieden (Veluwe en Drenthe-Friesland) valt een sterke achteruitgang in de verspreiding te constateren. In deze periode is de soort voor het laatst vastgesteld op de Utrechtse Heuvelrug. Ook verdwijnt de gladde slang definitief ten oosten van de Veluwe uit de landgoederenzone rond Brummen (Leusveld en Voorstonden), waar de soort gemeld werd uit bossen (Cuppen & Heinen 1984). Uit Overijssel worden na 1970 nauwelijks nog gladde slangen gemeld. Er zijn waarnemingen uit het Zeesserbosch ten zuiden van Ommen (1985) en Hengelerheurne ten oosten van Oldenzaal (1976). Van het Wierdense veld zijn ook in deze periode bevestigde waarnemingen bekend (niet in RAVON-databestand, Dear et al. 2006). De onderzoeksintensiteit in deze provincie is echter relatief laag, waardoor populaties gemist kunnen zijn. Op de Brunssummerheide en omgeving na, is de soort uit Zuid-Limburg verdwenen.
Zie ook de volgende periode: 1996-2007
Met name buiten de beide grootste kerngebieden (Veluwe en Drenthe-Friesland) valt een sterke achteruitgang in de verspreiding te constateren. In deze periode is de soort voor het laatst vastgesteld op de Utrechtse Heuvelrug. Ook verdwijnt de gladde slang definitief ten oosten van de Veluwe uit de landgoederenzone rond Brummen (Leusveld en Voorstonden), waar de soort gemeld werd uit bossen (Cuppen & Heinen 1984). Uit Overijssel worden na 1970 nauwelijks nog gladde slangen gemeld. Er zijn waarnemingen uit het Zeesserbosch ten zuiden van Ommen (1985) en Hengelerheurne ten oosten van Oldenzaal (1976). Van het Wierdense veld zijn ook in deze periode bevestigde waarnemingen bekend (niet in RAVON-databestand, Dear et al. 2006). De onderzoeksintensiteit in deze provincie is echter relatief laag, waardoor populaties gemist kunnen zijn. Op de Brunssummerheide en omgeving na, is de soort uit Zuid-Limburg verdwenen.
Zie ook de volgende periode: 1996-2007