In de laatste periode is het aantal waarnemingen verder toegenomen. Het ontbreken van waarnemingen van de gewone pad in noordelijk deel van het zeeklei-district (Friesland en Groningen) betekent dan ook mogelijk dat de soort daar werkelijk slechts sporadisch en in lage dichtheden voorkomt. In de andere delen van Groningen en Friesland komt de soort wel algemeen voor, waarbij Terschelling opnieuw het enige Waddeneiland is waar de soort wordt gezien. In Noord-Holland zijn de meeste meldingen afkomstig uit de duinen en het Gooi. In Flevoland wordt de soort bijna overal waargenomen. Overijssel blijft relatief slecht onderzocht; de nieuw ontdekte uurhokken waren ook in het verleden door padden bezet. In het gehele rivierengebied is de gewone pad zeer algemeen en kan in vrijwel elk kilometerhok worden aangetroffen. In Noord-Brabant blijkt de soort met name in het noorden (langs de Maas) algemener dan voorheen bekend was. Voor Zeeland liggen de zwaartepunten in Zeeuws-Vlaanderen en op Walcheren.
Zie ook de eerdere periode: 1971 t/m 1995