In deze periode wordt de kennis over de verspreiding verder aangescherpt. Nederland vormt vrijwel één aaneengesloten verspreidingsgebied voor bruine kikkers. Slechts hier en daar vallen gaten in dit patroon. Deze zijn echter vooral te wijten aan inventarisatie-effecten, zoals in Flevoland en in het noordelijk deel van Noord-Holland. In deze laatste provincie is in de jaren tachtig (vorige periode) een uitgebreide provinciale kartering uitgevoerd, die daarna niet meer herhaald is. In Friesland ligt het zwaartepunt in de oostelijke helft van de provincie. In het noordelijk en westelijk deel zijn de waarnemingen schaars of ontbrekend. Hetzelfde geldt voor het noordelijk deel van Groningen. Dit zal deels een waarnemerseffect zijn, maar aangezien er in meerdere uurhokken wel kleine watersalamanders en groene kikkers zijn vastgesteld, is de afwezigheid tenminste deels reëel. In Overijssel is de soort nauwelijks bekend uit het grensgebied met Drenthe.
De bruine kikker is waarschijnlijk een van de amfibiesoorten die het vaakst door menselijk handelen is verspreid. Meldingen uit stedelijke gebieden zijn vaak afkomstig uit tuinen en tuinvijvers. Het kikkerdril is gemakkelijk te vinden en wordt vaak meegenomen. De soort moet echter ook in staat worden geacht stedelijk gebied op eigen houtje te koloniseren.
Zie ook de eerdere periode: 1971 t/m 1995