Het verspreidingsgebied van de adder strekt zich uit van Groot-Brittannië tot het eiland Sachalin in de Stille Oceaan. De noordgrens van het areaal komt boven de poolcirkel uit en loopt door Scandinavië en het noorden van Rusland. In het zuiden bereikt de soort het zuiden van Frankrijk en het noorden van Italië en Griekenland (Nilson & Andrén 1997, Schiemenz 1985).
In het noordelijk deel van het verspreidingsgebied komt de adder vooral voor rond zeeniveau. Naar het zuiden toe wordt de soort steeds hoger in de bergen aangetroffen. In Midden-Europa komt de adder vrijwel uitsluitend voor in het middel- en hooggebergte, waar een hoogte van bijna 3000 meter bereikt kan worden (Brodmann 1987).
Er zijn drie ondersoorten beschreven; de nominaatvorm Vipera berus berus komt voor in het grootste deel van het verspreidingsgebied, waaronder Nederland (Brodmann 1987). Op de Balkan komt de ondersoort Vipera b. bosniensis voor, terwijl vanaf Zuidoost-Siberië oostwaarts de ondersoort V. b. sachalinensis voorkomt. Over de laatste ondersoort is een discussie gaande of deze al dan niet tot een eigen soort verheven wordt.