Zoeken
dinsdag 22 mei 2012  Soorten » Amfibieën » Vroedmeesterpad Registreren  Inloggen

 Vroedmeesterpad

Alytes obstetricans

Beschrijving

De vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) is een kleine gedrongen pad. De grote ogen hebben een verticale pupil. Het trommelvlies is duidelijk zichtbaar. De grondkleur is bruin, grijs of olijfkleurig met daarop kleine rode tot geelachtige wratjes. De buik is wittig. Vroedmeesterpadden worden tot 5.5 cm groot.

Verspreiding en leefwijze

De vroedmeesterpad komt van nature alleen in Zuid-Limburg voor. Op andere plaatsen in Nederland is hij uitgezet. Hij wordt aangetroffen op ruderale plaatsen (groeven, oude bebouwing en kerkhoven) en in hellingbossen en graften. De soort wordt in zekere zin gezien als een cultuurvolger. Een stenige structuur van de bodem is de belangrijkste bepalende factor voor verspreiding. Meer dan 80% van de vindplaatsen in Zuid-Limburg is gelegen in de associatie van krijt- en krijtverweringsgronden. De vroedmeesterpad heeft een duidelijke voorkeur voor naar het zuiden geëxponeerde hellingen. Het is een warmteminnende soort.
 

Aan de waterbiotoop worden relatief weinig eisen gesteld. De pad plant zich voort in typische pionierwateren in groeven, in betonnen drinkbakken en in diepe koude bronpoelen langs hellingbossen. In pioniermilieus wordt veelal voldaan aan de eisen ten aanzien van land- en waterbiotoop. Open groeven zijn dan ook belangrijke kerngebieden met grote populaties vroedmeesterpadden.
Zomer- en winterbiotoop zijn stenige, open hellingen en hellingbossen en graften met een stenige ondergrond. Overwintering is ook vastgesteld in kalksteengroeven, kalkovens en in andere bebouwing.

De vroedmeesterpad heeft zijn naam te danken aan het feit dat mannetjes de eisnoeren drie tot zeven weken met zich mee dragen op het land. Als de eitjes op het punt van uitkomen staan, gaat het mannetje naar het water en kruipen de larven uit het ei. Door deze speciale vorm van broedzorg verkleint de soort het risico dat er iets met de eieren gebeurt.

Bescherming

De vroedmeesterpad is in de Rode lijst aangemerkt als “kwetsbaar” (Staatscourant, 2009 cf. van Delft et al., 2007). Net als alle amfibieën is de soort ook beschermd volgens de Flora en Faunawet (tabel 3). De vroedmeesterpad heeft een hoge beschermingstatus in zowel de Conventie van Bern (bijlage 2) als in de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 4). In 2000 is er door het ministerie van LNV een beschermingsplan voor de vroedmeesterpad in Limburg gepresenteerd.

Methode van monitoren

Het monitoren van de vroedmeesterpad bestaat hoofdzakelijk uit het luisteren bij de diverse watertjes in het telgebied. De kenmerkende fluitende roep doet denken aan het geluid van klokjes (vandaar de Limburgse namen klökske en klingelke) en kan gedurende het hele veldseizoen (april-augustus) worden gehoord. Meestal roepen de dieren vanuit hun schuilplaatsen in de directe omgeving van het voortplantingswater, zodat je de aantallen roepende dieren kunt betrekken op een watertje.
 

Wanneer de dieren niet roepen kan het helpen om dit zelf op gang te brengen door in je handen te klappen, twee metalen voorwerpen (zaklantaarns) tegen elkaar te slaan of zelf de vroedmeesterpad te imiteren. De beste kans op roepende vroedmeesterpadden heb je op zwoele avonden in de maanden mei en juni. Het zoeken naar larven is ook een goede methode om de vroedmeesterpad te monitoren. Omdat de poelen in het mergelland vaak troebel zijn, heb je daar meestal wel een schepnet voor nodig.
 

  • avondtellingen van kooractiviteit in de nabijheid van voortplantingswater (april t/m juli)
  • zoeken van larven (half mei t/m augustus)
  

 Trends
  

 Roep
  

 Link naar filmpje
  

 Fotoalbum
Vroedmeesterpad
Vroedmeesterpad gevonden in Haarlem.
Vroedmeesterpad
Vroedmeesterpad
Vroedmeesterpadden koppel klaar met de eiafzet en gaan elk hun eigen weg.
Vroedmeesterpad, zuid-limburg
Vroedmeesterpad mannetje met eieren, Haarlem.
Vroedmeesterpad in Utrecht
Vroedmeesterpad gevonden in Haarlem.
  

© PlumIT