Zoeken
dinsdag 22 mei 2012  Soorten » Amfibieën » Kamsalamander Registreren  Inloggen

 Kamsalamander

Triturus cristatus

Beschrijving

Kamsalamanders (Triturus cristatus) danken hun naam aan de getande rugkam, die de mannetjes ontwikkelen in het voorjaar. Een belangrijk kenmerk is de oranje buik met daarop een onregelmatig patroon van zwarte vlekken (soms is de buik zelfs bijna helemaal zwart). In de landfase verdwijnt de kam op de rug en zijn ze zeer donker (tot bijna zwart) van kleur met lichte witte spikkels. De kamsalamander is de grootste van de vier soorten watersalamanders met een lengte tot maximaal 20 cm. De larven hebben zwarte vlekken op de staartzoom en een dun uiteinde van de staart. Eieren van de kamsalamander zijn licht gekleurd en duidelijk groter dan van andere watersalamanders.


Verspreiding en leefwijze

De kamsalamander komt verspreid over het gehele zuiden, midden en oosten van ons land voor. Hij is vrij zeldzaam en wordt landelijk gezien als een kwetsbare soort, die in zijn verspreiding achteruit gaat. Zijn voorkeur gaat uit naar kleinschalige landschappen met bospercelen, heggen en struwelen.

Het voortplantingsbiotoop bestaat voornamelijk uit matig voedselrijke tot voedselrijke, stilstaande wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. Veel vindplaatsen zijn beek- of rivierbegeleidend. De poel mag niet geheel beschaduwd zijn en moet permanent water bevatten. Vanaf half maart zijn de volwassen dieren in het water te vinden. De grootste kans om dieren te zien is in april. Dit is de piek van de paartijd. Een klein percentage van de volwassen dieren blijft het hele jaar in het water. De meeste kamsalamanders verlaten eind juni het water alweer. Het vrouwtje legt ruim 200 eieren.


Bescherming

De kamsalamander is in de Rode lijst aangemerkt als “kwetsbaar” (Staatscourant, 2009 cf.van Delft et al., 2007) en is in tabel 3 van de Flora- en faunawet opgenomen. Ook heeft de kamsalamander een zeer hoge beschermingstatus in zowel de Conventie van Bern (bijlage 2) als in de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 2 en 4).


Methode van monitoring

Vanaf half april tot juni is het mogelijk om eieren van kamsalamanders te zoeken in de oever- en onderwatervegetatie. Kamsalamandereitjes zijn ongeveer twee millimeter groot met een ivoorkleurige geelwitte kern. Zij worden afgezet op stevige planten en zijn vanaf de oever relatief makkelijk te vinden door te letten op dubbelgevouwen bladtoppen. De larven zijn in de maanden juni tot en met augustus in het water te vinden. Vooral de grotere larven zijn goed te onderscheiden van de larven van andere watersalamanders
 

  • avondtellingen van volwassen dieren in het voortplantingswater (maart t/m mei)
  • zoeken naar eieren (april t/m mei)
  • zoeken naar larven (juni t/m augustus)
     
  • bemonsteren met schepnet 

     
  

 Monitoring en trends

 De kamsalamander vertoont een matige toename
(zie Schubben & Slijm 5 voor toelichting, klik hier)

Kamsalamander
 

De kamsalamander wordt gevolgd in 220 wateren. Hij neemt matig toe. Gelukkig breidt het Meetnet zich steeds verder uit, zodat ook deze soort steeds beter kan worden gevolgd. Er wordt nog steeds hard gewerkt aan het vinden van waarnemers die in en om Habitatrichtlijngebieden willen monitoren. Als we specifiek naar de wateren binnen deze natuurgebieden kijken zien we dat de soort ook een matige toename vertoont.

Informatie over de trendberekening
 

  

 Herkenningskaart
  

 Fotoalbum
Kamsalamander vrouwtje bij een inventarisatie van poelen in Vlaanderen (België). 28-04-06.
Kamsalamander subadult
Kamsalamander in landfase bij de Overasseltse vennen.
ei kamsalamander
Deze dame toeft met plezier op je hand. Wanneer we onze vingers in het water steken, komt ze er naartoe gezwommen en 'kust' de topjes. Rond de lente van 2006 hadden wij ongeveer vijf vrouwtjes en drie mannetjes. De heren zijn echter niet gecharmeerd van mensenvingers en laten zich maar zelden zien...
Kamsalamander, Limburg juni 2010.
Het zelfde exemplaar als op de andere foto. Vlaanderen (België) 28-04-06.
  

© PlumIT