
Beschrijving
De geelbuikvuurpad (Bombina variegata) is een kleine grotendeels aquatische pad. Hij heeft een zeer wrattige grijs, bruin tot olijfkleurige rug en een zwarte buik met daarop een patroon van gele vlekken waaraan hij zijn naam te danken heeft. De geelbuikvuurpad is in Nederland niet met andere soorten te verwarren.
Verspreiding en leefwijze
De geelbuikvuurpad is het zeldzaamste amfibie in Nederland. In Zuid-Limburg bereikt hij de noordwestgrens van zijn areaal. Het is een warmteminnende soort uit heuvelachtige landschappen. Van origine is hij een bewoner van overstromingszones van heuvellandbeken en natte graslanden bij bronbeken. Met andere woorden; zeer dynamische biotopen waar continu nieuwe natte plekken ontstaan. Juist deze tijdelijke ondiepe wateren vormen het natuurlijke voortplantingsbiotoop van de geelbuikvuurpad. Door toedoen van de mens zijn dergelijke situaties grotendeels verdwenen, maar werden tevens vervangende voortplantingsbiotopen geschapen in de vorm van met water gevulde karrensporen, kaalgevreten veedrinkpoelen en natte plekken in weilanden.
Bescherming
De geelbuikvuurpad is in de Rode lijst aangemerkt als “ernstig bedreigd” (van Delft et al., 2007) en heeft een hoge beschermingstatus in zowel de Conventie van Bern (bijlage 2) als in de Europese Habitatrichtlijn (bijlage 2 en 4). Net als alle amfibieën is de soort ook beschermd volgens de Flora en Faunawet (tabel 3). In 2000 is er door het ministerie van LNV een beschermingsplan voor de geelbuikvuurpad in Limburg gepresenteerd
Methode van monitoren
De geelbuikvuurpad is overdag actief en houdt zich voornamelijk op langs de oevers van het water. Gedurende het hele voorjaar en zomer produceren de mannetjes daar hun zachte roep: Unk...Unk... De eitjes worden in kleine trosjes afgezet op plantendelen die in het water liggen of groeien, grashalmen, stokjes en dergelijke. Maar aangezien het water waarin de eitjes gelegd worden vaak nogal troebel is (karrensporen), zijn ze niet altijd eenvoudig te vinden. De beste manier om geelbuikvuurpadjes te monitoren is dus simpelweg op zonnige zomerdagen het water en de oevers af te zoeken naar volwassen dieren en juvenieltjes. Ze zitten dan graag precies aan de rand van het water, met de voorpootjes op het droge.
- tellen van volwassen dieren in het voortplantingswater (mei t/m juli)
- zoeken van eieren (mei t/m juni)