De Werkgroep Adderonderzoek Nederland (WAN) is opgericht in het jaar 2000 en heeft zich dat jaar ook aangesloten bij RAVON. Het voornaamste doel van de WAN is onderzoek naar de adder en zijn leefgebieden, voor een duurzaam behoud van de adder in Nederland.
De WAN vindt zijn oorsprong in het adderonderzoek van de Meinweg. Het Meinweggebied is een Nationaal Park dat in het zuiden van ons land ligt, ten oosten van Roermond en is een belangrijk herpetologisch terrein van Nederland en West-Europa. Hier komen vijf soorten reptielen en twaalf soorten amfibieën voor. Er wordt al meer dan 25 jaar (populatie)onderzoek aan adders gedaan in het Meinweggebied en vroeger was dit één van de belangrijkste leefgebieden van adders in Nederland. De oprichters van de WAN constateerden dat een aantal adderpopulaties in Nederland in hun voortbestaan wordt bedreigd, terwijl bij andere adderpopulaties hiervan geen sprake is. Om tot goede beschermings- en beheersmaatregelen te komen, zijn populatieonderzoeken nodig van verschillende onderzoeksgebieden. Het is belangrijk om inzicht te krijgen in winter- en zomerverblijfplaatsen van (deel)populaties van adders en hun migratieroutes. Deze populatieonderzoeken zijn dan ook het hoofddoel van de WAN.
Op dit moment wordt er in 7 leefgebieden door vrijwilligers, populatieonderzoek verricht volgens de vangst, terugvangst methode door kopschildvergelijking. De kopschilden van de adder vormen een uniek patroon waardoor afzonderlijke identificatie mogelijk is. Er is een methode ontwikkeld waarbij gebruik makend van een kopschildformule en de bijbehorende zoekformule, via een fotodatabase, de kopschildpatronen vrijwel foutloos met elkaar vergeleken kunnen worden. Toch kost deze vorm van onderzoek zeer veel tijd, zowel in het veld als achter de computer. Vooral het scannen van de inmiddels duizenden verzamelde adderkoppen en het met elkaar vergelijken zal nog jaren in beslag nemen.
Vrijwilligers kunnen zich nog steeds aanmelden om mee te werken aan het populatieonderzoek. Van deze personen wordt tegenwoordig wel verwacht dat zij de verzamelde gegevens zelf invoeren in de geleverde database en de kopfoto’s digitaal aanleveren. Verder wordt verwacht dat zij voldoende adders per jaar vangen en daarvan de gegevens noteren. Daarom zijn meerdere bezoeken per jaar noodzakelijk aan het onderzoeksgebied. Bij populatieonderzoek is het namelijk belangrijk dat van veel dieren data verzameld wordt. Een gering aantal gevangen adders per jaar levert onvoldoende data op om statistisch verantwoorde conclusies te trekken. Natuurlijk is dat ook afhankelijk van de grootte van het onderzoeksgebied en de grootte van de adderpopulatie.
Aan de volgende onderzoeksprojecten, werkt de WAN of heeft de WAN deelgenomen.
- Adderbeten (registratie, omstandigheden en protocol) - Geef adderbeten hier door!
- Biotoop vergelijkingen
- Genetisch onderzoek
- Morfologische vergelijkingen van adderpopulaties
- Overwintering en Hibernacula
- Relatie tussen levendbarende hagedis en de adder
- Telemetrisch onderzoek (zie beide foto's rechts)
- Vegetatieonderzoek.
- Vergelijkend onderzoek tussen achteruitgang en verandering van leefgebied van adder in Nederland.
De WAN heeft sinds zijn ontstaan een tiental stage-/afstudeeropdrachten begeleidt. Hiervan zijn meerdere rapporten gepubliceerd. Op dit moment zijn nog enkele onderzoeken lopende. Studenten zijn altijd welkom om hieraan mee te werken. Informatie hierover is verkrijgbaar bij de coördinator van de WAN.
Werkgroep Adderonderzoek Nederland
Coördinator en projectleider:
Pedro Janssen
Pavanestraat 15
5802 LJ Venray
tel: 0478-514805
077-3205246 (werk)
pedro@plex.nl