Zoek
zaterdag 4 februari 2012  RAVON » Veel gestelde vragen » Tuinvijvers Registreren  Inloggen
 Welkom

De Stichting RAVON zet zich in voor de bescherming van  reptielen, amfibieën en vissen. De duizenden  vrijwilligers worden ondersteund door professionele krachten op de landelijke kantoren in Nijmegen en Amsterdam. Naast directe ondersteuning van onze vrijwilligers geeft RAVON ook voorlichting, adviseert, voert onderzoek uit, beschermt soorten en hun leefgebieden, verzamelt verspreidingsgegevens en heeft drie landelijke meetnetten.  In 2011 zijn we gestart met het nieuwe meetnet beek-en poldervissen.

slang.gifLees meer!

  

 Tuinvijver

Bastaardkikkers in een tuinvijver - foto Fabrice OttburgIn de mooiste vijvers zit in en rondom allerlei leven. Met het aanleggen van een tuinvijver of het aanpassen van een bestaande vijver kun je het amfibieën naar hun zin maken.

Naast kikkers, padden en salamanders profiteren hier ook tal van andere kleine dieren van, zoals sierlijke waterjuffers, libellen en mooie waterkevers.

Op deze pagina lees je allerhande tuintips met betrekking tot aanleg, ligging en beplanting van vijvers. Ook vind je hier enkele aanwijzingen voor een amfibievriendelijke inrichting van uw tuin.

Belangrijkste aandachtspunten:

  • Ligging: voldoende zon: de vijver moet minstens de helft van de dag in de zon liggen;
  • Glooiende oever en uittreedmogelijkheden: er moet minimaal één zacht glooiende oever zijn, liefst aan de noordzijde, zodat die optimaal zonnewarmte krijgt; Amfibieën moeten de vijver makkelijk inkunnen.
  • Geschikte uittreedmogelijkheden: amfibieën moeten de vijver gemakkelijk kunnen
    verlaten. Een glooiende oever, een boomstronk, ruwe stenen e.d. zorgen dat dit kan. Lukt dat niet, maak dan een kikkertrap;
  • Verschillende dieptes: de vijver moet verschillende dieptes hebben: een dieper gedeelte (80-120 cm) (Daar kunnen dieren in de vorstvrije bodemlaag overwinteren) en een ondiep, sneller opwarmend deel (Daar kunnen de kikkers hun eieren afzetten en de larven kunnen zich ontwikkelen);
  • Voldoende waterplanten: zij zorgen voor zuurstof en beschutting in het water;
  • Houd de vijver visvrij: vissen en amfibieën, dat gaat niet samen. De vissen eten de eitjes en larven van de amfibieën;
  • Voldoende dekking: in de tuin moeten ook kleine “rommelhoekjes” zijn van houtblokken, losse stenen of snoeihout met blad ertussen. Daar kunnen amfibieën schuilen en overwinteren;
  • Vorstvrije delen in de winter: zorg ervoor dat er in vorstvrije delen in de vijver zijn. Een aantal amfibieën overwintert namelijk in de vijver;
  • Gebruik geen gif: gebruik geen bestrijdingsmiddelen.
  • Wacht rustig af: amfibieën zullen de vijver vanzelf vinden, zet geen dieren uit!

Deze punten worden hieronder uitgewerkt!

  

 Ligging: voldoende zon!

Deze vijvers liggen beiden voldoende in de zon, de tuin ligt in het zuiden (de kijkrichting is nu naar het zuiden). De vijvers zijn hier pas net aangelegd waardoor de begroeiing rondom de vijvers nog niet optimaal is. (Foto Jelger Herder)

Bij de aanleg van een nieuwe vijver is het belangrijk dat je rekening houdt met twee factoren: ligging ten opzichte van de zon en de aanwezigheid van bomen. 
 

Je kunt het beste een zonnige plek uitkiezen. De vijver moet minstens de helft van de dag zon  krijgen, bij voorkeur in de middaguren. Alleen dan warmt het water voldoende op om amfibieën, die immers koudbloedig zijn, te laten overleven en voortplanten.

Het tweede aandachtspunt is dat er geen bomen direct omheen mogen staan. Hierdoor komt er namelijk teveel bladafval in het water terecht. Deze bladeren gaan dan rotten. Daardoor wordt het water zuurstofarm en te voedselrijk.

 

  

 Glooiende oever & uittreedmogelijkheden

Deze net aangelegde vijver heeft glooiende oevers met een moerasgedeelte erin. Langs de randen zijn kruipende planten geplaatst die inmiddels het folie geheel hebben bedekt.  (Foto Jelger Herder)

Voor amfibieën is het noodzakelijk dat de vijver glooiende oevers heeft. Hierdoor kunnen ze gemakkelijk het water in en uit. Bij de aanleg van een folievijver is zo’n oever eenvoudig te realiseren.

Heb je een voorgevormde of andersoortige vijver met steile oevers? Dan kun je het probleem oplossen door plaatsen te creëren, waar amfibieën eruit kunnen. Dit kan met behulp van een kikkertrap, stenen of door planten over de rand te laten groeien.

De meest ideale oever voor amfibieën is een moerasje. Behalve een geschikte plek om het water te verlaten, kunnen ze hier ook voedsel zoeken en zich verschuilen. Het mooiste wordt het wanneer je een geleidelijk dieper wordende oever gebruikt om een moerasje aan te leggen. Je krijgt dan een gradiënt van oeverplanten naar waterplanten. Hierin kunnen de verschillende soorten amfibieën ieder hun eigen plekje vinden.

 

Kikkertrap - tekening KNNV Delft

Amfibieën moeten de vijver gemakkelijk kunnen verlaten. Een glooiende oever, een boomstronk, ruwe stenen e.d. zorgen dat dit kan. Lukt dat niet, maak dan een kikkertrap (zie de afbeelding hieronder):

Deze bouwtekening en het idee is afkomstig van de KNNV afdeling Delfland - klik hier om naar hun website te gaan. Meer informatie over de kikkertrap vindt u daar onder het kopje natuurbescherming.

De gewone pad is een slechte springer en heeft moeite om vijvers met een hoge rand te verlaten. (Foto Jelger Herder)

  

 Zorg voor variatie in dieptes!

Schematische doorsnede van een kleine vijver met twee verschillende dieptes. Bij grotere vijvers is het goed om nog meer variatie in diepte aan te brengen.Een vijver voor amfibieën kun je het beste behoorlijk diep maken. Op het diepste punt toch zeker wel 80 tot 120 cm. Dit voorkomt dat de vijver in de winter volledig dicht vriest.

Een paar soorten amfibieën, zoals de bruine en de groene kikker, overwintert namelijk wel eens in het water in plaats van op het land. Ook amfibielarven, die aan het einde van de zomer nog te klein zijn voor de metamorfose, overwinteren in de vijver. Ze komen dan pas volgend jaar het land op.

Het beste kun je de bodem van de vijver vullen met een laagje zand. Laat je niet verleiden hiervoor de speciale vijveraarde te kopen, die wordt aangeboden in tuincentra. In deze vijveraarde zitten veel te veel voedingstoffen. Hierdoor is de kans groot dat er grote algenbloei in de vijver optreedt en het water troebel wordt. Op enkel zand groeien alle planten ook prima en blijft de vijver voedselarm en daardoor helderder!

Toch moet de vijver ook ondiepe plekken hebben. Hier warmt het water sneller op en daar profiteren amfibieën van. Ze kunnen dan eerder actief worden. Verder paren kikkers en padden het liefste in ondiep water en zetten ze er hun eieren af. Alle reden dus om ook voor een ondiep gedeelte in uw vijver te zorgen (zie illustratie).

  

 Beplanting, zorg voor voldoende waterplanten!

Waterplanten zijn nuttig. Vooral zuurstofplanten (dat zijn ondergedoken waterplanten) zijn belangrijk, omdat zij voor een groot deel het biologisch evenwicht en de waterkwaliteit bepalen. Ze zorgen voor zuurstof, bieden schuilgelegenheid en vormen een ideale plek voor salamanders (en libellen) om eitjes af te zetten.

Het is aan te raden inheemse planten te kiezen voor in en om uw vijver. Op die manier ontstaat een natuurlijk biotoop.

Moerasplanten

grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica)
zwanebloem (Butomus umbellatus)
dotterbloem (Caltha palustris)
gele lis (Iris pseudacorus)
penningkruid (Lysimachia nummularia)
kattenstaart (Lythrum salicaria)
watermunt (Mentha aquatica)
waterdrieblad (Menyanthes trifoliata)
moeras-vergeet-me-nietje (Myosotis palustris)
wateraardbei (Potentilla palustris)
grote boterbloem (Ranunculus lingua)
pijlkruid (Sagittaria sagittifolia)
beekpunge (Veronica beccabunga)
 
Planten met drijvende bladeren
kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)
gele plomp (Nuphar lutea) (alleen in een grote vijver)
witte waterlelie (Nymphea alba) (alleen in een grote vijver)
watergentiaan (Nymphoides peltata)
drijvend fonteinkruid
(Potamogeton natans)
fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis)
krabbescheer (Stratiotes aloides)
 
Ondergedoken waterplanten
sterrenkroos (Callitriche sp.)
hoornblad (Ceratophyllum sp.)
waterpest (Elodea sp.)
waterviolier (Hottonia palustris)
aarvederkruid (Myriophyllum spicatum)

Waterviolier - foto Jelger Herder

Watermunt - foto Jelger Herder

Gele lis - foto Jelger Herder

Watergentiaan - Jelger Herder

  

 Doe geen vissen in de vijver!

Giebel - foto Jelger Herder

Vissen en amfibieën gaan niet samen in de vijver. Vissen eten de eieren, larven en soms zelfs volwassen amfibieën op. Daarnaast woelen veel soorten in de bodem. Hierdoor wordt het water troebel.

In tuincentra worden vaak zonnebaarzen aangeboden ter bestrijding van onder andere muggenlarven. Koop ze niet! Zonnebaarzen zijn enorme rovers. Ze zullen desastreuze effecten hebben op de kikkers, padden en salamanders in je vijver. Ook siervissen als bijvoorbeeld goudvissen en goudwindes eten de eieren en larven van amfibieën. Ze zijn dus ongewenst.

Kortom: geen vissen in de vijver is het beste voor het overige vijverleven.

  

 Inrichting tuin

Amfibieën voelen zich het meeste thuis in een enigszins rommelige tuin met veel vaste planten en struiken. Ze leven namelijk buiten de voortplantingstijd op het land en zoeken dan hun voedsel tussen de begroeiing. Rommelhoekjes kunnen goed als schuilplaats en als overwinteringsplek dienen. De meeste amfibieën overwinteren op het land. Daarvoor hebben ze een beschut en vorstvrij plekje nodig.

Wanneer je geen geschikte overwinteringsplek in de tuin hebt, kun je deze maken. Dit kan door een houtstapel, een takkenhoop of een stapel stenen neer te leggen. Ook een composthoop is erg geschikt om in te overwinteren.

In het voorjaar trekken veel amfibieën naar de plek, waar ze geboren zijn om zich voort te planten. Ook zoeken ze vaak nieuwe wateren op om te koloniseren. Schuttingen en muurtjes kunnen een ernstige belemmering vormen voor hun verspreiding. Als je amfibieën in je tuinvijver wilt, moet je er daarom op letten dat er mogelijkheden zijn voor amfibieën om de tuin in en uit te komen. Gaten en kieren van enkele centimeters zijn vaak al voldoende.

Zorg voor voldoende dekking direct rond de vijver. Hier zie je een goed voorbeeld met een dode boomstronk en dichte vegetatie waartussen en onder de amfibieen zich kunnen verschuilen en voedsel kunnen zoeken (foto Jelger Herder).

  

 Voorkom sterfte in de winter & gebruik geen gif

Twee tuinvijvers in de winter, het ijs is sneeuwvrij gemaakt zodat er nog steeds voldoende licht invalt! (Foto Jelger Herder)De vijver mag in de winter niet helemaal dichtvriezen omdat er ook amfibieën op de bodem kunnen overwinteren. Er zijn verschillende manieren om dit te voorkomen. Een goede methode is een bos afgesneden riet of bamboe rechtop in het water zetten. In de stengels zit namelijk lucht.

Het water blijft in contact met de lucht. Hierdoor blijft het zuurstofgehalte op peil. Zo voorkom je dat eventueel in het water overwinterende amfibieën stikken. Heb je een luchtpomp? Dan kun je die aan laten staan, zolang de oppervlakte nog niet dichtgevroren is. Is de vijver bevroren? Dan moet de pomp uit.

Het spreekt eigenlijk voor zich: gebruik geen gif in de tuin. Het gif dat je gebruikt, kan met het regenwater in de vijver spoelen. Ook kan het gif worden opgenomen door de prooidieren van de amfibieën (slakjes, insecten, spinnen etc.) en zo de amfibieën doden.

  

 En dan wachten ...

Welke amfibieën je uiteindelijk in de vijver krijgt, hangt voor een gedeelte af van waar je woont. Sommige soorten komen namelijk maar in een gedeelte van Nederland voor. Zorg ervoor dat je tuin bereikbaar is voor amfibieën. Een kier onder de schutting of een klein poortje in een muur is vaak al genoeg. Maar hoe opener de tuin hoe makkelijker amfibieën de vijver zullen vinden.

De meest algemene tuinbewoner is de gewone pad. Hij leeft erg verborgen. En je zult hem dan ook niet vaak zien. Andere veel voorkomende tuinbewoners zijn de kleine watersalamander en de bruine en groene kikker. De alpenwatersalamander en de kamsalamander worden ook wel eens in vijvers gevonden. Tot slot kun je, als je heel veel geluk hebt, de ringslang bij je vijver aantreffen. Dit is overigens geen amfibie, maar een reptiel. Deze slang is niet giftig en ongevaarlijk. Je kunt de ringslang alleen op bezoek verwachten als je een natuurlijke tuin hebt in de omgeving, waar ze voorkomen.

 Soorten die mogelijk in de vijver kunnen komen: Groene kikker (larve) - Bruine kikker - Ringslang - Kleine watersalamander (foto's Jelger Herder)

  

© PlumIT