Zoek
vrijdag 30 juli 2010  RAVON » Veel gestelde vragen » Tuinvijvers Registreren  Inloggen
 Tuinvijver

Bastaardkikkers in een tuinvijver - foto Fabrice OttburgDe mooiste vijvers zijn die met allerlei leven erin en rondom. Met het aanleggen van een tuinvijver of het aanpassen van een bestaande vijver kun je het amfibieën naar hun zin maken. Naast kikkers, padden en salamanders profiteren hier ook tal van andere kleine dieren van, zoals sierlijke waterjuffers, libellen en mooie waterkevers. Op deze pagina leest u allerhande tips met betrekking tot aanleg, ligging en beplanting van vijvers. Tevens vindt u hier enkele aanwijzingen voor een amfibievriendelijke inrichting van uw tuin.

Belangrijkste aandachtspunten:

  • Ligging: voldoende zon: de vijver moet minstens de helft van de dag in de zon liggen;
  • Glooiende oever en uittreedmogelijkheden: er moet minimaal één zacht glooiende oever zijn, liefst aan de noordzijde zodat die optimaal zonnewarmte krijgt; Amfibieën moeten de vijver makkelijk kun
  • Geschikte uittreedmogelijkheden: amfibieën moeten de vijver gemakkelijk kunnen
    verlaten, een glooiende oever, een boomstronk, ruwe stenen e.d. zorgen dat dit kan. Lukt dat niet, maak dan een kikkertrap;
  • Verschillende dieptes: de vijver moet verschillende dieptes hebben, een dieper gedeelte (80-120 cm) waar dieren in de vorstvrije bodemlaag kunnen overwinteren en een ondiep, sneller opwarmend deel waar de kikkers hun eieren kunnen afzetten en de larven zich kunnen ontwikkelen;
  • Voldoende waterplanten: zij zorgen voor zuurstof en beschutting in het water;
  • Houd de vijver visvrij: vissen en amfibieën, dat gaat niet samen. De vissen eten de eitjes en larven van de amfibieën;
  • Voldoende dekking: in de tuin moeten ook kleine “rommelhoekjes” zijn van houtblokken, losse stenen of snoeihout met blad ertussen, waar amfibieën kunnen schuilen en overwinteren;
  • Vorstvrije delen in de winter zorg ervoor dat er in vorstvrije delen in de vijver zijn. Een aantal amfibieën overwintert namelijk in de vijver;
  • Gebruik geen gif: gebruik geen bestrijdingsmiddelen.
  • Wacht rustig af: amfibieën zullen de vijver vanzelf vinden, zet geen dieren uit!

Deze punten worden hieronder uitgewerkt!

Bastaardkikkers in een tuinvijver - foto Fabrice OttburgDe mooiste vijvers zijn die met allerlei leven erin en rondom. Met het aanleggen van een tuinvijver of het aanpassen van een bestaande vijver kun je het amfibieën naar hun zin maken. Naast kikkers, padden en salamanders profiteren hier ook tal van andere kleine dieren van, zoals sierlijke waterjuffers, libellen en mooie waterkevers. Op deze pagina leest u allerhande tips met betrekking tot aanleg, ligging en beplanting van vijvers. Tevens vindt u hier enkele aanwijzingen voor een amfibievriendelijke inrichting van uw tuin.

Belangrijkste aandachtspunten:

  • Ligging: voldoende zon: de vijver moet minstens de helft van de dag in de zon liggen;
  • Glooiende oever en uittreedmogelijkheden: er moet minimaal één zacht glooiende oever zijn, liefst aan de noordzijde zodat die optimaal zonnewarmte krijgt; Amfibieën moeten de vijver makkelijk kun
  • Geschikte uittreedmogelijkheden: amfibieën moeten de vijver gemakkelijk kunnen
    verlaten, een glooiende oever, een boomstronk, ruwe stenen e.d. zorgen dat dit kan. Lukt dat niet, maak dan een kikkertrap;
  • Verschillende dieptes: de vijver moet verschillende dieptes hebben, een dieper gedeelte (80-120 cm) waar dieren in de vorstvrije bodemlaag kunnen overwinteren en een ondiep, sneller opwarmend deel waar de kikkers hun eieren kunnen afzetten en de larven zich kunnen ontwikkelen;
  • Voldoende waterplanten: zij zorgen voor zuurstof en beschutting in het water;
  • Houd de vijver visvrij: vissen en amfibieën, dat gaat niet samen. De vissen eten de eitjes en larven van de amfibieën;
  • Voldoende dekking: in de tuin moeten ook kleine “rommelhoekjes” zijn van houtblokken, losse stenen of snoeihout met blad ertussen, waar amfibieën kunnen schuilen en overwinteren;
  • Vorstvrije delen in de winter zorg ervoor dat er in vorstvrije delen in de vijver zijn. Een aantal amfibieën overwintert namelijk in de vijver;
  • Gebruik geen gif: gebruik geen bestrijdingsmiddelen.
  • Wacht rustig af: amfibieën zullen de vijver vanzelf vinden, zet geen dieren uit!

Deze punten worden hieronder uitgewerkt!


 Ligging: voldoende zon!

Deze vijvers liggen beiden voldoende in de zon, de tuin ligt in het zuiden (de kijkrichting is nu naar het zuiden). De vijvers zijn hier pas net aangelegd waardoor de begroeiing rondom de vijvers nog niet optimaal is. (Foto Jelger Herder)

Bij de aanleg van een nieuwe vijver, is het belangrijk dat u rekening houdt met 2 factoren: ligging ten opzichte van de zon en de aanwezigheid van bomen. 
 

U kunt het beste een zonnige plek uitkiezen. De vijver dient minstens de helft van de dag zon te krijgen en bij voorkeur in de middaguren. Alleen dan warmt het water voldoende op om amfibieën, die immers koudbloedig zijn, te laten overleven en voortplanten. Het tweede aandachtspunt bij het kiezen van de ligging van de vijver, is dat er geen bomen direct omheen mogen staan. Hierdoor komt er namelijk teveel bladafval in het water terecht. Deze bladeren gaan dan rotten, waardoor wordt het water zuurstofarm wordt en te voedselrijk.

 

Deze vijvers liggen beiden voldoende in de zon, de tuin ligt in het zuiden (de kijkrichting is nu naar het zuiden). De vijvers zijn hier pas net aangelegd waardoor de begroeiing rondom de vijvers nog niet optimaal is. (Foto Jelger Herder)

Bij de aanleg van een nieuwe vijver, is het belangrijk dat u rekening houdt met 2 factoren: ligging ten opzichte van de zon en de aanwezigheid van bomen. 
 

U kunt het beste een zonnige plek uitkiezen. De vijver dient minstens de helft van de dag zon te krijgen en bij voorkeur in de middaguren. Alleen dan warmt het water voldoende op om amfibieën, die immers koudbloedig zijn, te laten overleven en voortplanten. Het tweede aandachtspunt bij het kiezen van de ligging van de vijver, is dat er geen bomen direct omheen mogen staan. Hierdoor komt er namelijk teveel bladafval in het water terecht. Deze bladeren gaan dan rotten, waardoor wordt het water zuurstofarm wordt en te voedselrijk.

 


 Glooiende oever & uittreedmogelijkheden

Deze net aangelegde vijver heeft glooiende oevers met een moerasgedeelte erin. Langs de randen zijn kruipende planten geplaatst die inmiddels het folie geheel hebben bedekt.  (Foto Jelger Herder)

Voor amfibieën is het noodzakelijk dat de vijver glooiende oevers heeft, zodat ze gemakkelijk het water in en uit kunnen. Bij de aanleg van een folievijver is zo’n oever eenvoudig te realiseren. Mensen die een voorgevormde of andersoortige vijver met steile oevers hebben, kunnen het probleem oplossen door plaatsen te creëren waar amfibieën eruit kunnen. Dit kan met behulp van een kikkertrap, stenen of door planten over de rand te laten groeien.

De meest ideale oever voor amfibieën is een moerasje. Behalve een geschikte plek om het water te verlaten, kunnen ze hier ook voedsel zoeken en zich verschuilen. Het mooiste wordt het wanneer je een geleidelijk dieper wordende oever gebruikt om een moerasje aan te leggen. Je krijgt dan een gradiënt van oeverplanten naar waterplanten. Hierin kunnen de verschillende soorten amfibieën ieder hun eigen plekje vinden.

 

Kikkertrap - tekening KNNV Delft

Amfibieën moeten de vijver gemakkelijk kunnen verlaten, een glooiende oever, een boomstronk, ruwe stenen e.d. zorgen dat dit kan. Lukt dat niet, maak dan een kikkertrap (zie de afbeelding hieronder):

Deze bouwtekening en het idee is afkomstig van de KNNV afdeling Delfland - klik hier om naar hun website te gaan. Meer informatie over de kikkertrap vindt u daar onder het kopje natuurbescherming.

De gewone pad is een slechte springer en heeft moeite om vijvers met een hoge rand te verlaten. (Foto Jelger Herder)

Deze net aangelegde vijver heeft glooiende oevers met een moerasgedeelte erin. Langs de randen zijn kruipende planten geplaatst die inmiddels het folie geheel hebben bedekt.  (Foto Jelger Herder)

Voor amfibieën is het noodzakelijk dat de vijver glooiende oevers heeft, zodat ze gemakkelijk het water in en uit kunnen. Bij de aanleg van een folievijver is zo’n oever eenvoudig te realiseren. Mensen die een voorgevormde of andersoortige vijver met steile oevers hebben, kunnen het probleem oplossen door plaatsen te creëren waar amfibieën eruit kunnen. Dit kan met behulp van een kikkertrap, stenen of door planten over de rand te laten groeien.

De meest ideale oever voor amfibieën is een moerasje. Behalve een geschikte plek om het water te verlaten, kunnen ze hier ook voedsel zoeken en zich verschuilen. Het mooiste wordt het wanneer je een geleidelijk dieper wordende oever gebruikt om een moerasje aan te leggen. Je krijgt dan een gradiënt van oeverplanten naar waterplanten. Hierin kunnen de verschillende soorten amfibieën ieder hun eigen plekje vinden.

 

Kikkertrap - tekening KNNV Delft

Amfibieën moeten de vijver gemakkelijk kunnen verlaten, een glooiende oever, een boomstronk, ruwe stenen e.d. zorgen dat dit kan. Lukt dat niet, maak dan een kikkertrap (zie de afbeelding hieronder):

Deze bouwtekening en het idee is afkomstig van de KNNV afdeling Delfland - klik hier om naar hun website te gaan. Meer informatie over de kikkertrap vindt u daar onder het kopje natuurbescherming.

De gewone pad is een slechte springer en heeft moeite om vijvers met een hoge rand te verlaten. (Foto Jelger Herder)


 Zorg voor variatie in dieptes!

Schematische doorsnede van een kleine vijver met twee verschillende dieptes. Bij grotere vijvers is het goed om nog meer variatie in diepte aan te brengen.Een vijver voor amfibieën kunt u het beste behoorlijk diep maken. Op het diepste punt toch zeker wel 80 tot 120 cm. Dit voorkomt dat de vijver in de winter volledig dicht vriest. Een paar soorten amfibieën, zoals de bruine en de groene kikker, overwintert namelijk wel eens in het water in plaats van op het land. Ook amfibielarven die aan het einde van de zomer nog te klein zijn voor de metamorfose overwinteren in de vijver. Ze komen dan pas volgend jaar het land op.

Het beste kunt u de bodem van de vijver vullen met een laagje zand. Laat u niet verleiden hiervoor de speciale vijveraarde te kopen die wordt aangeboden in tuincentra. In deze vijveraarde zitten veel te veel voedingstoffen waardoor de kans groot is dat er grote algenbloei in de vijver optreedt en het water troebel wordt. Op enkel zand groeien alle planten ook prima en blijft de vijver voedselarm en daardoor helderder!

Toch moet de vijver ook ondiepe plekken hebben. Hier warmt het water sneller op en daar profiteren amfibieën van, omdat ze dan eerder actief kunnen worden. Verder paren kikkers en padden het liefste in ondiep water en zetten ze er hun eieren af. Alle reden dus om ook voor een ondiep gedeelte in uw vijver te zorgen (zie illustratie).

Schematische doorsnede van een kleine vijver met twee verschillende dieptes. Bij grotere vijvers is het goed om nog meer variatie in diepte aan te brengen.Een vijver voor amfibieën kunt u het beste behoorlijk diep maken. Op het diepste punt toch zeker wel 80 tot 120 cm. Dit voorkomt dat de vijver in de winter volledig dicht vriest. Een paar soorten amfibieën, zoals de bruine en de groene kikker, overwintert namelijk wel eens in het water in plaats van op het land. Ook amfibielarven die aan het einde van de zomer nog te klein zijn voor de metamorfose overwinteren in de vijver. Ze komen dan pas volgend jaar het land op.

Het beste kunt u de bodem van de vijver vullen met een laagje zand. Laat u niet verleiden hiervoor de speciale vijveraarde te kopen die wordt aangeboden in tuincentra. In deze vijveraarde zitten veel te veel voedingstoffen waardoor de kans groot is dat er grote algenbloei in de vijver optreedt en het water troebel wordt. Op enkel zand groeien alle planten ook prima en blijft de vijver voedselarm en daardoor helderder!

Toch moet de vijver ook ondiepe plekken hebben. Hier warmt het water sneller op en daar profiteren amfibieën van, omdat ze dan eerder actief kunnen worden. Verder paren kikkers en padden het liefste in ondiep water en zetten ze er hun eieren af. Alle reden dus om ook voor een ondiep gedeelte in uw vijver te zorgen (zie illustratie).


 Beplanting, zorg voor voldoende waterplanten!

Waterplanten zijn nuttig. Vooral zuurstofplanten (dat zijn ondergedoken waterplanten) zijn belangrijk, omdat zij voor een groot deel het biologisch evenwicht en de waterkwaliteit bepalen. Ze zorgen voor zuurstof, bieden schuilgelegenheid en het is een ideale plek voor salamanders (en libellen) om eitjes af te zetten.

Het is aan te raden inheemse planten te kiezen voor in en om uw vijver. Op die manier ontstaat een natuurlijk biotoop.

Moerasplanten

grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica)
zwanebloem (Butomus umbellatus)
dotterbloem (Caltha palustris)
gele lis (Iris pseudacorus)
penningkruid (Lysimachia nummularia)
kattenstaart (Lythrum salicaria)
watermunt (Mentha aquatica)
waterdrieblad (Menyanthes trifoliata)
moeras-vergeet-me-nietje (Myosotis palustris)
wateraardbei (Potentilla palustris)
grote boterbloem (Ranunculus lingua)
pijlkruid (Sagittaria sagittifolia)
beekpunge (Veronica beccabunga)
 
Planten met drijvende bladeren
kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)
gele plomp (Nuphar lutea) (alleen in een grote vijver)
witte waterlelie (Nymphea alba) (alleen in een grote vijver)
watergentiaan (Nymphoides peltata)
drijvend fonteinkruid
(Potamogeton natans)
fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis)
krabbescheer (Stratiotes aloides)
 
Ondergedoken waterplanten
sterrenkroos (Callitriche sp.)
hoornblad (Ceratophyllum sp.)
waterpest (Elodea sp.)
waterviolier (Hottonia palustris)
aarvederkruid (Myriophyllum spicatum)

Waterviolier - foto Jelger Herder

Watermunt - foto Jelger Herder

Gele lis - foto Jelger Herder

Watergentiaan - Jelger Herder

Waterplanten zijn nuttig. Vooral zuurstofplanten (dat zijn ondergedoken waterplanten) zijn belangrijk, omdat zij voor een groot deel het biologisch evenwicht en de waterkwaliteit bepalen. Ze zorgen voor zuurstof, bieden schuilgelegenheid en het is een ideale plek voor salamanders (en libellen) om eitjes af te zetten.

Het is aan te raden inheemse planten te kiezen voor in en om uw vijver. Op die manier ontstaat een natuurlijk biotoop.

Moerasplanten

grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica)
zwanebloem (Butomus umbellatus)
dotterbloem (Caltha palustris)
gele lis (Iris pseudacorus)
penningkruid (Lysimachia nummularia)
kattenstaart (Lythrum salicaria)
watermunt (Mentha aquatica)
waterdrieblad (Menyanthes trifoliata)
moeras-vergeet-me-nietje (Myosotis palustris)
wateraardbei (Potentilla palustris)
grote boterbloem (Ranunculus lingua)
pijlkruid (Sagittaria sagittifolia)
beekpunge (Veronica beccabunga)
 
Planten met drijvende bladeren
kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)
gele plomp (Nuphar lutea) (alleen in een grote vijver)
witte waterlelie (Nymphea alba) (alleen in een grote vijver)
watergentiaan (Nymphoides peltata)
drijvend fonteinkruid
(Potamogeton natans)
fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis)
krabbescheer (Stratiotes aloides)
 
Ondergedoken waterplanten
sterrenkroos (Callitriche sp.)
hoornblad (Ceratophyllum sp.)
waterpest (Elodea sp.)
waterviolier (Hottonia palustris)
aarvederkruid (Myriophyllum spicatum)

Waterviolier - foto Jelger Herder

Watermunt - foto Jelger Herder

Gele lis - foto Jelger Herder

Watergentiaan - Jelger Herder


 Doe geen vissen in de vijver!

Giebel - foto Jelger Herder

Vissen en amfibieën gaan niet samen in de vijver. Vissen eten de eieren, larven en soms zelfs volwassen amfibieën op. Daarnaast woelen veel soorten in de bodem waardoor het water troebel wordt.

In tuincentra worden vaak zonnebaarzen aangeboden ter bestrijding van onder andere muggenlarven. Koop deze niet! Zonnebaarzen zijn enorme rovers en zullen desastreuze effecten hebben op de kikkers, padden en salamanders in uw vijver. Ook siervissen als bijvoorbeeld goudvissen en goudwindes eten de eieren en larven van amfibieën op en zijn dus ongewenst.

Kortom: geen vissen in de vijver is het beste voor het overige vijverleven.

Giebel - foto Jelger Herder

Vissen en amfibieën gaan niet samen in de vijver. Vissen eten de eieren, larven en soms zelfs volwassen amfibieën op. Daarnaast woelen veel soorten in de bodem waardoor het water troebel wordt.

In tuincentra worden vaak zonnebaarzen aangeboden ter bestrijding van onder andere muggenlarven. Koop deze niet! Zonnebaarzen zijn enorme rovers en zullen desastreuze effecten hebben op de kikkers, padden en salamanders in uw vijver. Ook siervissen als bijvoorbeeld goudvissen en goudwindes eten de eieren en larven van amfibieën op en zijn dus ongewenst.

Kortom: geen vissen in de vijver is het beste voor het overige vijverleven.


 Inrichting tuin

Amfibieën voelen zich het meeste thuis in een enigszins rommelige tuin met veel vaste planten en struiken. Ze leven namelijk buiten de voortplantingstijd op het land en zoeken dan hun voedsel tussen de begroeiing. Rommelhoekjes kunnen goed als schuilplaats en als overwinteringsplek dienen. De meeste amfibieën overwinteren op het land en daarvoor hebben ze een beschut en vorstvrij plekje nodig.

Wanneer u geen geschikte overwinteringsplek in uw tuin heeft, kunt u deze maken door een houtstapel, een takkenhoop of een stapel stenen neer te leggen. Ook een composthoop is erg geschikt om in te overwinteren.

In het voorjaar trekken veel amfibieën naar de plek waar ze geboren zijn om zich voort te planten. Ook zoeken ze vaak nieuwe wateren op om te koloniseren. Schuttingen en muurtjes kunnen een ernstige belemmering vormen voor hun verspreiding. Als u amfibieën in uw tuinvijver wilt, moet u er daarom op letten dat er mogelijkheden zijn voor amfibieën om uw tuin in en uit te komen. Gaten en kieren van enkele centimeters zijn vaak al voldoende.

Zorg voor voldoende dekking direct rond de vijver. Hier zie je een goed voorbeeld met een dode boomstronk en dichte vegetatie waartussen en onder de amfibieen zich kunnen verschuilen en voedsel kunnen zoeken (foto Jelger Herder).

Amfibieën voelen zich het meeste thuis in een enigszins rommelige tuin met veel vaste planten en struiken. Ze leven namelijk buiten de voortplantingstijd op het land en zoeken dan hun voedsel tussen de begroeiing. Rommelhoekjes kunnen goed als schuilplaats en als overwinteringsplek dienen. De meeste amfibieën overwinteren op het land en daarvoor hebben ze een beschut en vorstvrij plekje nodig.

Wanneer u geen geschikte overwinteringsplek in uw tuin heeft, kunt u deze maken door een houtstapel, een takkenhoop of een stapel stenen neer te leggen. Ook een composthoop is erg geschikt om in te overwinteren.

In het voorjaar trekken veel amfibieën naar de plek waar ze geboren zijn om zich voort te planten. Ook zoeken ze vaak nieuwe wateren op om te koloniseren. Schuttingen en muurtjes kunnen een ernstige belemmering vormen voor hun verspreiding. Als u amfibieën in uw tuinvijver wilt, moet u er daarom op letten dat er mogelijkheden zijn voor amfibieën om uw tuin in en uit te komen. Gaten en kieren van enkele centimeters zijn vaak al voldoende.

Zorg voor voldoende dekking direct rond de vijver. Hier zie je een goed voorbeeld met een dode boomstronk en dichte vegetatie waartussen en onder de amfibieen zich kunnen verschuilen en voedsel kunnen zoeken (foto Jelger Herder).


 Voorkom sterfte in de winter & gebruik geen gif

Twee tuinvijvers in de winter, het ijs is sneeuwvrij gemaakt zodat er nog steeds voldoende licht invalt! (Foto Jelger Herder)Omdat er ook amfibieën op de bodem kunnen overwinteren, mag de vijver in de winter niet geheel dichtvriezen. Er zijn verschillende manieren om dit te voorkomen. Een goede methode is een bos afgesneden riet of bamboe rechtop in het water zetten. In de stengels zit namelijk lucht. Doordat het water in contact blijft met de lucht, blijft het zuurstofgehalte op peil en voorkomt u dat eventueel in het water overwinterende amfibieën stikken. Wanneer u een luchtpomp heeft, kunt u deze aan laten staan zolang de oppervlakte nog niet dichtgevroren is. Wanneer de vijver geheel bevroren is, moet u de pomp uitzetten.

Het spreekt eigenlijk voor zich: gebruik geen gif in de tuin. Het gif dat u gebruikt kan met het regenwater in de vijver spoelen. Anderzijds kan het gif worden opgenomen door de prooidieren van de amfibieën (slakjes, insecten, spinnen etc.) en zo de amfibieën doden.

Twee tuinvijvers in de winter, het ijs is sneeuwvrij gemaakt zodat er nog steeds voldoende licht invalt! (Foto Jelger Herder)Omdat er ook amfibieën op de bodem kunnen overwinteren, mag de vijver in de winter niet geheel dichtvriezen. Er zijn verschillende manieren om dit te voorkomen. Een goede methode is een bos afgesneden riet of bamboe rechtop in het water zetten. In de stengels zit namelijk lucht. Doordat het water in contact blijft met de lucht, blijft het zuurstofgehalte op peil en voorkomt u dat eventueel in het water overwinterende amfibieën stikken. Wanneer u een luchtpomp heeft, kunt u deze aan laten staan zolang de oppervlakte nog niet dichtgevroren is. Wanneer de vijver geheel bevroren is, moet u de pomp uitzetten.

Het spreekt eigenlijk voor zich: gebruik geen gif in de tuin. Het gif dat u gebruikt kan met het regenwater in de vijver spoelen. Anderzijds kan het gif worden opgenomen door de prooidieren van de amfibieën (slakjes, insecten, spinnen etc.) en zo de amfibieën doden.


 En dan wachten ...

Welke amfibieën u uiteindelijk in uw vijver krijgt, hangt voor een gedeelte af van de provincie waarin uw woont. Sommige soorten komen namelijk maar in een gedeelte van Nederland voor. Zorg ervoor dat uw tuin bereikbaar is voor amfibieën, een kier onder de schutting of een klein poortje in een muur is vaak al genoeg maar hoe opener uw tuin is hoe makkelijker amfibieën de vijver zullen vinden. De meest algemene tuinbewoner is de gewone pad. Hij leeft echter erg verborgen en u zult hem dan ook niet vaak zien. Andere veel voorkomende tuinbewoners zijn de kleine watersalamander en de bruine en groene kikker. De alpenwatersalamander en de kamsalamander worden ook wel eens in vijvers gevonden. Tot slot kunt u als u heel veel geluk heeft de ringslang bij uw vijver aantreffen. Dit is overigens geen amfibie, maar een reptiel. Deze slang is niet giftig en ongevaarlijk. U kunt de ringslang alleen op bezoek verwachten als u een natuurlijke tuin heeft in een omgeving waar ze voorkomen.

 Soorten die mogelijk in de vijver kunnen komen: Groene kikker (larve) - Bruine kikker - Ringslang - Kleine watersalamander (foto's Jelger Herder)

Welke amfibieën u uiteindelijk in uw vijver krijgt, hangt voor een gedeelte af van de provincie waarin uw woont. Sommige soorten komen namelijk maar in een gedeelte van Nederland voor. Zorg ervoor dat uw tuin bereikbaar is voor amfibieën, een kier onder de schutting of een klein poortje in een muur is vaak al genoeg maar hoe opener uw tuin is hoe makkelijker amfibieën de vijver zullen vinden. De meest algemene tuinbewoner is de gewone pad. Hij leeft echter erg verborgen en u zult hem dan ook niet vaak zien. Andere veel voorkomende tuinbewoners zijn de kleine watersalamander en de bruine en groene kikker. De alpenwatersalamander en de kamsalamander worden ook wel eens in vijvers gevonden. Tot slot kunt u als u heel veel geluk heeft de ringslang bij uw vijver aantreffen. Dit is overigens geen amfibie, maar een reptiel. Deze slang is niet giftig en ongevaarlijk. U kunt de ringslang alleen op bezoek verwachten als u een natuurlijke tuin heeft in een omgeving waar ze voorkomen.

 Soorten die mogelijk in de vijver kunnen komen: Groene kikker (larve) - Bruine kikker - Ringslang - Kleine watersalamander (foto's Jelger Herder)


Copyright 2008 RAVON