In 2001 is het "Beschermingsplan knoflookpad uitgebracht.
Download hier het "Beschermingsplan knoflookpad" (pdf)
Een andere uitgave is de folder "knoflookpad in Overijssel" (pdf 840 kB)
Samenvatting van het Beschermingsplan
- De knoflookpad is een van de meest bedreigde amfibiesoorten in Nederland. De soort staat in de categorie ‘bedreigd’ in de Rode Lijst. Sinds 1950 is het aantal leefgebieden met meer dan 50% afgenomen.
- De knoflookpad komt van oorsprong voor in mesotrofe tot eutrofe wateren op zandgrond in beek- en rivierdalen. Ook niet te zure vennen worden door de soort bevolkt. In de nabijheid van het voortplantingswater dient goed vergraafbare, kale, zandige bodem aanwezig te zijn.
- Door intensivering van het landgebruik, een steeds scherpere scheiding tussen natuur en landbouw en verkeerd uitgevoerde of geplande beheersmaatregelen worden tot op de dag van vandaag populaties in hun voortbestaan bedreigd.
- Er zijn slechts 38 leefgebieden in Nederland onderscheiden. Alleen langs de IJssel en de Overijsselse Vecht komen grotere aaneengesloten leefgebieden voor.
- De Nederlandse knoflookpadpopulaties zijn in 71% van de gevallen op slechts één voortplantingswater aangewezen. Het uitsterfrisico in dergelijke gebieden is onaanvaardbaar hoog.
- Van de 38 leefgebieden voldoen er 30 niet aan het criterium voor een verantwoorde risicospreiding, te weten: minimaal twee voortplantingswateren en minimaal 11 roepende mannetjes in het koor.
- In dit beschermingsplan is een groot aantal maatregelen opgenomen die zowel betrekking hebben op het land als op het waterbiotoop. De maatregelen hebben tot doel het tot duurzame populaties laten uitgroeien van de nu veelal zeer beperkte populaties. In de huidige leefgebieden dient daartoe de mogelijkheid voor herstel en ontwikkeling van leefgebied te worden onderzocht, zodat een beter beheer, alsmede de uitbreiding van het leefgebied op een onderbouwde manier kan worden uitgevoerd.
- Noodzakelijke maatregelen lopen uiteen van inventarisaties van slecht onderzochte gebieden, herstel en aanleg van voortplantingswateren (qua omvang en ligging afgestemd op de specifieke eisen van de knoflookpad), alsmede op de verbetering van het landbiotoop; hierbij wordt nadrukkelijk ingegaan op de kansen die de Boswet biedt. Gepleit wordt voor het intensiveren van het onderzoek naar kansrijke lokaties voor hardhoutooibos- en rivierduinontwikkeling, maar ook voor de aankoop van leefgebieden waar momenteel een afdoende bescherming van de soort en zijn leefgebied niet is gewaarborgd.
- De uitvoering van het plan dient te resulteren in het opschuiven van de populaties met ´zeer kleine koren´ aan roepende mannetjes in de richting van ´grote´ tot ´zeer grote koren´. Momenteel behoort 52% van de populaties tot de categorie van ´zeer kleine koren´. Dit moet teruglopen tot 0%. Na voltooiing van dit plan moet 10% van de populaties een zeer grote kooromvang hebben.
- Met een driejaarlijkse monitoring wordt het behalen van de doelstellingen getoetst.
In 2001 is het "Beschermingsplan knoflookpad uitgebracht.
Download hier het "Beschermingsplan knoflookpad" (pdf)
Een andere uitgave is de folder "knoflookpad in Overijssel" (pdf 840 kB)
Samenvatting van het Beschermingsplan
- De knoflookpad is een van de meest bedreigde amfibiesoorten in Nederland. De soort staat in de categorie ‘bedreigd’ in de Rode Lijst. Sinds 1950 is het aantal leefgebieden met meer dan 50% afgenomen.
- De knoflookpad komt van oorsprong voor in mesotrofe tot eutrofe wateren op zandgrond in beek- en rivierdalen. Ook niet te zure vennen worden door de soort bevolkt. In de nabijheid van het voortplantingswater dient goed vergraafbare, kale, zandige bodem aanwezig te zijn.
- Door intensivering van het landgebruik, een steeds scherpere scheiding tussen natuur en landbouw en verkeerd uitgevoerde of geplande beheersmaatregelen worden tot op de dag van vandaag populaties in hun voortbestaan bedreigd.
- Er zijn slechts 38 leefgebieden in Nederland onderscheiden. Alleen langs de IJssel en de Overijsselse Vecht komen grotere aaneengesloten leefgebieden voor.
- De Nederlandse knoflookpadpopulaties zijn in 71% van de gevallen op slechts één voortplantingswater aangewezen. Het uitsterfrisico in dergelijke gebieden is onaanvaardbaar hoog.
- Van de 38 leefgebieden voldoen er 30 niet aan het criterium voor een verantwoorde risicospreiding, te weten: minimaal twee voortplantingswateren en minimaal 11 roepende mannetjes in het koor.
- In dit beschermingsplan is een groot aantal maatregelen opgenomen die zowel betrekking hebben op het land als op het waterbiotoop. De maatregelen hebben tot doel het tot duurzame populaties laten uitgroeien van de nu veelal zeer beperkte populaties. In de huidige leefgebieden dient daartoe de mogelijkheid voor herstel en ontwikkeling van leefgebied te worden onderzocht, zodat een beter beheer, alsmede de uitbreiding van het leefgebied op een onderbouwde manier kan worden uitgevoerd.
- Noodzakelijke maatregelen lopen uiteen van inventarisaties van slecht onderzochte gebieden, herstel en aanleg van voortplantingswateren (qua omvang en ligging afgestemd op de specifieke eisen van de knoflookpad), alsmede op de verbetering van het landbiotoop; hierbij wordt nadrukkelijk ingegaan op de kansen die de Boswet biedt. Gepleit wordt voor het intensiveren van het onderzoek naar kansrijke lokaties voor hardhoutooibos- en rivierduinontwikkeling, maar ook voor de aankoop van leefgebieden waar momenteel een afdoende bescherming van de soort en zijn leefgebied niet is gewaarborgd.
- De uitvoering van het plan dient te resulteren in het opschuiven van de populaties met ´zeer kleine koren´ aan roepende mannetjes in de richting van ´grote´ tot ´zeer grote koren´. Momenteel behoort 52% van de populaties tot de categorie van ´zeer kleine koren´. Dit moet teruglopen tot 0%. Na voltooiing van dit plan moet 10% van de populaties een zeer grote kooromvang hebben.
- Met een driejaarlijkse monitoring wordt het behalen van de doelstellingen getoetst.