Uitbreiding gewenst

Voor een drietal soorten (rugstreeppad, heikikker en kamsalamader) is uitbreiding van het meetnet gewenst. Hiervoor zoeken we nog mensen die een bijdrage willen leveren.
Klik hier om te zien om welke gebieden het gaat voor de drie verschillende soorten
Meetnet Amfibieën situatie 2010
|
Op het kaartje zijn de telgebieden weergegeven die in het Meetnet zijn opgenomen. Iedereen die aan het Meetnet wil meewerken is welkom. We kunnen altijd nieuwe waarnemers gebruiken. Bij Monitoring kun je lezen wat we in het veld van je verwachten.
- In de duinen zijn meer telgebieden nodig om rugstreeppadden te volgen.
- In het oosten van het land zoeken we vooral waarnemers voor telgebieden waar of kamsalamanders, of heikikkers en/of poelkikkers voorkomen.
- Ook in het zuiden zien we graag het aantal telgebieden met één of meer van deze soorten uitgebreid. Tevens zoeken we in deze regio meer telgebieden met vinpootsalamander en Alpenwatersalamander.
|
Inventariseren: rustig lopen en goed rondkijken
Meetnet Amfibieën richt zich op de wateren waarin de dieren zich kunnen voortplanten. Deze wateren worden een aantal keer per jaar bezocht waarbij alle waargenomen soorten worden genoteerd.
De methode van het Meetnet is samen te vatten als: eerst luisteren, dan kijken en daarna vangen. Elk water wordt voorzichtig benaderd. Op enkele meters van de oever blijf je stilstaan en luisteren. Sommige dieren zijn al van grote afstand te horen, maar voor enkele roepende mannetjes van gewone pad of bruine kikker zul je dichter bij het water moeten zijn. Groene kikkers kunnen hun aanwezigheid verraden doordat de dieren vanaf de oever in het water springen.
Als na enkele minuten geen nieuwe geluiden worden gehoord die wijzen op de aanwezigheid van amfibieën, wordt de oever rustig afgelopen. Hierbij let je vooral op eieren (zoek ook naar omgevouwen blaadjes van waterplanten met salamandereitjes) en dikkopjes. Maar vergeet niet om ook onder objecten op de oever te kijken, zoals stenen en takken, waar volwassen dieren onder kunnen zitten. Bij een avondbezoek kun je met een lichtsterke zaklamp de open plekken in het water afzoeken naar salamanders.
Tenslotte kan het nodig zijn het schepnet een aantal malen door het water te halen om een compleet beeld te krijgen van de aanwezige dieren. Alle waarnemingen worden genoteerd op het telformulier.
Bezoeken
Het telgebied wordt minimaal viermaal per jaar bezocht:
- éénmaal in maart;
- éénmaal in april - begin mei;
- éénmaal eind mei - begin juni;
- éénmaal in juli - augustus.
Het tweede en derde bezoek zijn bij voorkeur avondbezoeken. De meeste soorten zijn vooral 's avonds actief en laten zich dan makkelijker zien of horen. Dagbezoeken richten zich vooral op het vinden van eieren, met name in het vroege voorjaar. Later in de zomer kan overdag ook naar larven en juveniele dieren worden gezocht.
Monitoring in het kort
Gedragscode
Doelstelling Meetnet Amfibieën
Door jaarlijks informatie te verzamelen over de toestand van de Nederlandse salamanders, kikkers en padden, willen we inzicht krijgen in de veranderingen in de populaties en proberen te achterhalen wat de oorzaken van deze veranderingen zijn.
Het Meetnet volgt vooral gebieden waar één of meer aandachtsoorten (Rode Lijst amfibieën) voorkomen. Een aantal van deze soorten komt vooral voor in het zuiden van ons land. Op hert kaartje hiernaast is de verdeling van het aantal aandachtsoorten per atlasblok in Nederland globaal weergegeven.
Toelichting bij kaart:
aantal aandachtsoorten
- lichtgroen 1 soort
- middelgroen 2-3 soorten
- donkergroen 4-5 soorten
- zwart 6 soorten of meer per atlasblok
|
|
Aanmelding
Klik hier om je aan te melden!