De chytride schimmel heeft in Amerika (noord-midden en zuid) en in Australie huis gehouden en heeft tot nu toe mogelijk een doorslaggevende rol gespeeld bij het uitsterven van ruim 120 soorten
(wereldwijd zijn er 6000 soorten amfibieen). Gevoelig zijn soorten van grote hoogten en stromende wateren (beekjes etc) en vooral onder tropische gifkikkers zijn veel soorten zeer gevoelig. Deze soorten komen vaak ook maar zeer lokaal voor (op een of enkele bergtoppen) en sterven in snel tempo uit. Het effect wordt versterkt door klimaatsveranderingen in de nevelwouden.
In Europa is de schimmel aangetroffen onder import dieren in Engeland en Duitsland. Inmiddels is de schimmel ook aangetroffen in het wild in Spanje, Zwitserland en de UK (drie plekken). In de UK wordt in 2008 een grootschalige bemonstering opgezet om te bekijken of de schimmel verder is uitgebreid en wat nu precies het effect in het veld is op laaglandpopulaties. In Spanje zijn vroedmeesterpadpopulaties in berggebieden verdwenen door de schimmel. Enkele soorten (Alpenwatersalamander, Brulkikker) zijn vaak drager zonder dat ze er veel last van lijken te hebben.
Waarschijnlijk gaat ook RAVON, in samenwerking met de nederlandse vereniging van Dierentuinen, een eerste onderzoek starten naar de verspreiding van de schimmel in NL. Het is echter een relatief duur en tijdrovend onderzoek en we zullen ons in 2008 allereerst concentreren op de meest waarschijnlijke bronnen. Verder wachten we met spanning de resultaten van Engeland af. Daaruit zal moeten blijken of dit een serieus probleem is, welke maatregelen er evt. nodig zijn of dat het een storm in een glas water is voor wat betreft de Europese situatie.