
Beschrijving
De bastaardkikker (Rana klepton esculenta) (of middelste groene kikker) is een vruchtbare hybride die voorkomt uit de kruising tussen poelkikker en meerkikker. Ze zijn groen tot bruin van kleur op de rug (soms met donkere vlekken) vaak met een lichte lengtestreep en hebben een witte vaak grijsgemarmerde buik.. Ze worden tot maximaal 12 cm groot en hebben relatief lange achterpoten. Het belangrijkste kenmerk is de vorm (asymmetrisch) en grootte (40 a 50% van lengte teen) van de graafknobbel. Mannetjes hebben grijze kwaakblazen.
Verspreiding en leefwijze
De bastaardkikker komt algemeen voor in vrijwel heel Nederland. Het is een zon- en warmteminnende soort die een voorkeur heeft voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone hiervan moet bij voorkeur goed begroeid zijn en het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De bastaardkikker is weinig kieskeurig en komt in allerlei soorten biotopen voor.
Bescherming
De bastaardkikker heeft de status 'thans niet bedreigd' (van Delft et al., 2007) op de Rode Lijst. De bastaardkikker is opgenomen in tabel 1 van de Flora- en faunawet en behoort daarmee tot de algemeen voorkomende soorten. De bastaardkikker is ook opgenomen als beschermde soort in bijlage 3 van de conventie van Bern.
Methode van monitoren
Pas in eind april, begin mei verzamelen de mannetjes van de bastaardkikker zich in het voortplantingswater, waar de paartijd duurt tot eind juni - begin juli, met een piek tussen begin mei en half juni. Hierbij wordt hoofdzakelijk 's avonds gekwaakt, maar ook wel overdag op warme zonnige dagen. Overdag houdt de bastaardkikker zich voornamelijk op aan de rand van het water tussen de oevervegetatie. Het tellen van plonzen van in het water vluchtende kikkers, geeft goede resultaten. Vanaf de eerste helft van mei kunnen de legsels worden aangetroffen, die vaak tussen planten liggen die wat verder van de kant af staan. Van half juni tot half augustus is het grootste aantal larven te vinden.
- avondtellingen van kooractiviteit bij het voortplantingswater (mei t/m juni)
- zoeken van eiklompen (half mei t/m half juni)
- tellen van plonzen (juni t/m augustus)
- zoeken van larven (half juni t/m half augustus)
- zoeken van pas gemetamorfoseerde kikkertjes (augustus)
Verspreidingskaart uit tijdschrift RAVON 27 (2007):
- grijs = 1997 - 2005
- rood = 2006
