10.10 – 10.40 Terugblik/Historie RAVON Henk Strijbosch
De al lang in ons land sluimerende belangstelling voor de inheemse herpetofauna is in de laatste decennia van de vorige eeuw in een merkwaardige stroomversnelling gekomen. Deze versterkte interesse infecteerde een toenemend aantal mensen met een soort herpetologisch virus, dat zelfs doordrong tot onderzoekinstituten als het toenmalige RIN en tot universiteiten als die van Amsterdam en Nijmegen. In 1979 werd de eerste herpetologische studiegroep opgericht (de HSL), los van de Nederlandse Vereniging voor Herpetologie en Terrariumkunde ‘Lacerta’. Eind 1980 werd de Werkgroep Amfibieën en Reptielen Nederland (WARN) gesticht. De HSL bleek de kiem, die tot het huidige RAVON leidde, waarin sinds begin 90-er jaren ook de mensen met een speciale interesse in vissen een onderdak vonden. De door de WARN in het leven geroepen WARN-dagen evolueerden tot de huidige RAVON-dagen en het WARN-blad, later MIRA-blad, bleek een soort voorloper van het huidige RAVON-tijdschrift. In deze lezing zullen al deze actoren en nog enkele meer kort belicht worden.
1979: SHL opgericht als werkgroep van NHGL
1987: zoveel provinciale groepen actief dat ze zich verenigden in de SHS, in wezen het fundament van RAVON.
1988: eerste SHS (RAVON) verslag, beperkt tot Limburg, NB, Gld, Utrecht, Zeeland, ZH en NH.
10.40 – 10.55 Verspreidingsatlas reptielen en amfibieën Jeroen van Delft/Raymond Creemers
Het manuscript ligt bij de uitgever en daarmee komt de lang verwachte atlas in zicht. De atlas bevindt zich nu in de redigeer- en layoutfase en zal in 2008 verschijnen. In deze lezing wordt een bondig overzicht gegeven van waar RAVON met al haar vrijwilligers toe in staat is. Een enorme hoeveelheid gegevens van hoge kwaliteit is verzameld en gecombineerd met actuele ecologische inzichten en kennis. Nederland is vrijwel vlakdekkend geïnventariseerd. Met deze gegevens blijken aardige analyses mogelijk, zoals die van de herpetogeografische districten.
Het procesverloop vanaf nu wordt kort toegelicht. Inmiddels zijn de eerste proef lay-outs gemaakt van de kaft en van een soorttekst. Deze zullen worden getoond.
10.55 – 11.05 Tien veldseizoenen meetnet amfibieën Edo Goverse
In 1997 is het Meetnet Amfibieën gestart onder leiding van Axel Groenveld en Gerard Smit. De opzet is ontwikkeld in nauwe samenwerking met het CBS in navolging van het Meetnet Reptielen. De opzet van het Meetnet heeft bewezen dat het mogelijk is om met voornamelijk vrijwilligers verschillende amfibiepopulaties door heel Nederland te volgen. Aandacht zal worden besteed aan de opzet en groei van het Meetnet gedurende tien veldseizoenen. Er wordt samengevat waar we momenteel staan en waar het Meetnet verder naar toe moet gaan.
11.05 - 11.20 Historisch perspectief en toekomstvisie soortbescherming in Nederland Ronald Zollinger
Eerst een korte speurtocht naar historische citaten over de bescherming van de herpetofauna in Nederland. Daarna welke aandacht naar bescherming uit ging tijdens het RAVON tijdperk en in het bijzonder wordt de balans opgemaakt van de beschermingsplannen geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad, boomkikker en knoflookpad. Tot slot komt de invloed van wetgeving op bescherming aan bod en volgt een toekomstvisie.
11.40 – 11.50 Plaatjes onderzoek reptielen Bastiaan Walpot en Maryan Verver
De plaatjesmethode is één van de manieren voor het inventariseren van reptielen. Op de juiste locaties in het veld liggen metalen plaatjes met een damwandprofiel die aan de dieren een schuilplaats en eventueel warmte bieden. Met deze methode ontwikkelen vrijwilligers een zoekbeeld en kunnen zij in beperkte tijd een route inventariseren. Verder wordt deze methode gebruikt voor demonstraties, excursies, introductie van vrijwilligers, opsporen van reptielen en zo mogelijk bij wetenschappelijk onderzoek. Niet zonder overleg met terreinbeheerders toe te passen. Bastiaan Walpot en Maryan Verver werken al een aantal jaren met deze methode. Op hun eigen website geven ze er informatie over: www.walpot.nl/plaatjesmethode.html
12.00 – 12.15 Projecten RAVON kantoor 2006 - 2007 Rob van Westrienen
Rob van Westrienen laat aan de hand van de thema's van het MJP (meerjarenplan) zien wat voor prachtige projecten we de afgelopen tijd hebben gedaan met z'n allen. Naast het 'gewone' werk hebben we ons als doel gesteld de afgelopen 2 jaar om extra aandacht aan vissen, PR en communicatie en Onderzoek te besteden. De eerste 2 zijn al aardig op stoom, Onderzoek begint te komen. Deze zullen speciale aandacht krijgen.
12.15 – 12.25 Beekprikvallen Frank Spikmans
Prikken zijn oeroude soorten en in Nederland tamelijk zeldzaam. De beekprik en rivierprik komen hier naast elkaar voor en zijn lastig uit elkaar te houden. Door het gebruik van speciale fuiken is in een Limburgse beek het voorkomen van prikken onderzocht. De resultaten waren opwindend.
13.50 -14.05 De Rode Lijst Raymond Creemers
Voor de nieuwe Rode Lijsten voor reptielen en amfibieën zijn ruim drie maal zoveel gegevens gebruikt als in 1996. Daarnaast zijn er nieuwe en statistisch betrouwbaardere technieken ter beschikking gekomen voor de analyse van de data. De status van soorten in de Rode Lijst is bepaald door de huidige verspreiding te vergelijken met de situatie rond 1950. Omdat het verspreidingsbeeld van rond 1950 verre van volledig is, dient er gecorrigeerd te worden voor dit gebrek aan gegevens. Voor het eerst zijn ook monitoring gegevens en gegevens over onderzoeksintensiteit meegenomen in de berekeningen.
Ten opzichte van de vorige Rode Lijst zijn er enkele wijzigingen: twee soorten zijn nieuw op de Lijst en drie soorten vallen er ditmaal net buiten. Bediscussieerd zal worden in hoeverre de resultaten een gevolg zijn van zichtbare veranderingen in verspreiding, inventarisatie-activiteit of van voortschrijdend inzicht (nieuwe methodieken).
14.05 – 14.15 De levendbarende hagedis in onverwachte habitats Rob Geraeds
In 2005 is ten noorden van Sittard een populatie levendbarende hagedissen ontdekt langs de Vloedgraaf. Het betreft een opmerkelijk leefgebied omdat de vegetatie hier voornamelijk uit hoogproductieve grassoorten en ruigtekruiden bestaat, die plaatselijk hoogtes tot 2 meter bereikt.
Uit nader onderzoek blijkt dat de dieren over een lengte van ruim 3 kilometer en voornamelijk op de taluds van de hoogwaterbedding van de Vloedgraaf worden aangetroffen. Langs trajecten waar struweel is aangeplant worden de meeste dieren gezien. Zonnende dieren worden voornamelijk op afgestorven grassen waargenomen. Door de ruige, en hoge vegetatie worden zonnende dieren vaak hoog, tot 60 centimeter, in de vegetatie aangetroffen. Opvallende locaties waar zonnende dieren hoog in de vegetatie zijn gezien, zijn bladeren van Groot hoefblad, Reuzenberenklauw, Haagwinde, Kleefkruid en Es.
14.40 – 14.55 Ecogrid en telmee.nl. Kars Veling
Op naar één invoersite!
Tot vijf jaar geleden vulde iedereen braaf in de winter formulieren in, of… het kwam er niet van. Inmiddels is er ook voor amfibieën, reptielen en vissen het invoerprogramma Landkaartje, waarop al duizenden waarnemingen zijn ingevoerd. Je kunt direct dezelfde avond je waarnemingen kwijt en dan zijn ze veilig opgeslagen en heb je de lange winteravonden heerlijk vrij! Je kunt nu zelfs met je mobiele telefoon in het veld waarnemingen verzamelen waarbij automatisch de juiste tijd en coördinaten worden opgeslagen, kortom er is nogal wat aan het veranderen. De gezamenlijke PGO’s zijn druk bezig om het invoeren van waarnemingen nog aantrekkelijker te maken, zodat niet alleen de bestaande waarnemers meedoen, maar dat ook veel andere natuurliefhebbers er toe gaan komen om wat ze hebben gezien ook door te geven aan de PGO’s die er wat mee kunnen. Want….wil je soorten beschermen dan moet je weten waar ze zitten.
14.55 – 15.05 Toekomst van het verspreidingsonderzoek Frans Kuenen
Door de economische groei neemt de druk op de natuur in Nederland nog steeds toe. Om soorten te beschermen en om te voorkomen dat waardevolle gebieden verdwijnen, is het belangrijk dat de verspreidingsgebieden van soorten goed bekend zijn. Het verspreidingsonderzoek vormt hierin de belangrijkste pijler.
Tot voor kort is het verspreidingsonderzoek in Nederland voor een groot deel afhankelijk van willekeurig verzamelde gegevens. Sinds de start van de Inhaalslag zijn veel waarnemers inmiddels bekend met de aanpak waarbij specifieke kilometerhokken worden aangegeven op een kaart met het verzoek om juist van die locaties gegevens te verzamelen.
Om het verspreidingsbeeld te actualiseren zal, naast willekeurig verzamelde gegevens, steeds meer gebruik worden gemaakt van een nieuwe aanpak. De aanpak die binnen de Inhaalslag gehanteerd wordt, zal worden doorgetrokken naar de toekomst. Er zal een voorspelling worden gedaan over de werkwijze van het verspreidingsonderzoek in de toekomst.